Van schets tot schilderij

 

Als je naar een schilderij kijkt, dan zie je het resultaat van een lange ontstaansgeschiedenis. In het begin waren er de grote stapels foto’s van verlaten huizen, lege zwembaden, bomen, planten. Een collectie die in jaren bij elkaar is verzameld uit kranten en oude fotoboeken. En elke dag nog uitdijt. De beste foto’s zijn overbelicht, verkleurd of amateuristisch. Ze worden verknipt tot losse fragmenten en geschikt tot collages die een nieuwe wereld laten zien. Een wereld vol angst, verlangen of overweldigende verstilling.

 

Elke collage komt aan de muur van het atelier om daar te rijpen. Toch weer delen wegscheuren of juist fragmenten er bij plakken, er in krassen met een pen of vlakken wegschilderen die te duidelijk zijn of niets bijdragen. De eerste ideeën over de uitwerking ontstaan, er worden notities gemaakt over kleur, sfeer en aanpak.

 

Na enkele weken is de schets geschikt te worden uitgewerkt. De hoofdlijnen van de schets worden op het doek gezet. De olieverf wordt uit de tube op de glazenplaat gedrukt. Het eerste mengen is altijd zoeken. Zoeken naar de juiste kleuren en doormengen tot je precies hebt wat je zoekt. Met medium de verf verdunnen, soms tot het zo dun is als aquarelverf. En dan eindelijk de eerste kwaststreek. Die moet zo snel mogelijk op het doek, dan staat er iets om op te reageren. De eerste lijnen, vlakken en lagen zijn een hulpmiddel die het schilderij verder helpen naar het eindresultaat. Delen overschilderen, toevallige klodders, spatten en verfstreken worden omarmd en krijgen dankbaar een plek in het werk.

 

De verf moet drogen. En ondertussen rijpt het werk. Het doek wordt op z’n kop gezet om te kijken of het op die manier ook boeit. Kijken wat er klopt, of de vlakken ontdekken die juist niets bijdragen aan het geheel, kleuren die het net niet zijn. De schets ligt inmiddels ergens in een hoek, die heeft geen functie meer. Het schilderij moet op eigen kracht uitgroeien tot een sterk werk. Opnieuw de kwast op het doek, intuïtie en vakkennis wisselen elkaar ongemerkt af. Als het dan eindelijk af is, na weken van schilderen, kijken en zoeken, als de voorstelling een krachtige nieuwe wereld is, dan mag het doek het atelier verlaten. Pas dan is het klaar om zijn verhaal vertellen aan de kijker.